De Spaanse competitie, net als de Nederlandse, bestaat uit verschillende divisies. Er zijn vier betaalde divisies voor het mannenvoetbal, en één voor het vrouwenvoetbal. De winnaar van de Primera División is landskampioen van Spanje. Real Madrid (32 titels) en FC Barcelona (23) titels wonnen het vaakst de Spaanse titel, maar ook clubs als Atlético Madrid, Valencia CF, Deportivo La Coruña en Sevilla FC wisten hem één of meerdere keren te winnen. Volgens het IFFHS, een internationale door de FIFA erkende voetbalfederatie die statistieken bijhoudt, is de Primera División de sterkste competitie van Europa. Een bijbehorend voordeel voor de Spaanse competitie is dat clubs relatief veel kans hebben zich te plaatsen voor een Europees toernooi. Zo kwalificeren de nummers 1-3 van de Primera División zich voor de UEFA Champions League, terwijl de nummer 4 zich voor de voorronde van de Champions League plaatst en de nummers 5-6 zich kwalificeren voor de Europa League. De Spaanse competitie reikt voor de Primera División verschillende trofeeën uit aan spelers. Zo is er de Trofeo Pichichi, die al sinds 1928 wordt gegeven aan de topscorer van het seizoen. Deze prijs is vernoemd naar de bijnaam van Rafael Moreno Aranzadi, een aanvaller van Athletic Bilbao aan het begin van de twintigste eeuw. De afgelopen jaren hebben afwisselend Cristiano Ronaldo (Real Madrid) en Lionel Messi (FC Barcelona) deze trofee meerdere malen gewonnen. Ook is er de Trofeo Zamora, voor de minst gepasseerde doelman. Deze is vernoemd naar Ricardo Zamora, een Catalaans profvoetballer actief tijdens de jaren ’20 en ’30 en later als coach. Zijn bijnaam is el divino (‘de goddelijke’) en hij wordt gezien als de beste Spaanse keeper ooit. Deze is in de afgelopen jaren onder andere door Iker Casillas (Real Madrid) en Victor Valdés (FC Barcelona) gewonnen.