De Spaanse voetbalbond is opgericht in 1913, met een voorloper die dateert uit 1909. De RFEF is aangesloten bij de FIFA, de UEFA en de COE (het Spaans Olympisch Comité). Het is de Spaanse sportbond met de meeste leden. In juni 2007 telde het 18.286 ingeschreven clubs en 697.195 voetballers. De RFEF bevindt zich vanouds af aan in Madrid, maar verhuisde in 2003 naar Las Rozas, een gemeente net buiten de Spaanse hoofdstad. In Las Rozas bevindt zich ‘La Ciudad del Fútbol’, een geheel van verscheidene sportcomplexen en eigendom van de Spaanse voetbalbond. De RFEF organiseert meerdere competities, waarvan de belangrijkste de Primera División, de Segunda División A, de Segunda División B, de Primera División Femenina (ook wel La Liga Femenina, de eerste competitie voor het vrouwenvoetbal) en de Copa del Rey. Deze laatste is het Spaanse bekertoernooi, dat al gespeeld wordt sinds 1902. Uit de statistieken blijkt dat gemeten aan aantal deelnames aan de finale FC Barcelona en Athletic de Bilbao het meest succesvol waren in de Copa del Rey. Real Madrid bereikte het vaakst de finale, maar verloor vaker dan dat het won. Vooral dramatisch was het verlies op 6 maart 2002, toen de club 100 jaar bestond. Terwijl men zich opmaakte voor een mooi verjaardagscadeau verloor Real Madrid in de finale van Deportivo La Coruña. De afgelopen tien jaar werd de beker één of meerdere malen gewonnen door FC Barcelona (3 keer), Real Madrid (2 keer), Sevilla FC (2 keer), Atlético Madrid (1 keer) en Valencia FC (1 keer). De Spaanse voetbalbond is ook verantwoordelijk voor het nationale voetbalelftal, dat ook wel La Roja wordt genoemd. Dit elftal maakte debuut op 28 augustus 1920 met een 1-0 overwinning op Denemarken.